Toen ik in het vliegtuig naar Rwanda stapte, wist ik dat deze reis anders zou zijn. Niet alleen omdat het ver was of omdat ik nog nooit in Afrika was geweest, maar omdat ik iets ging doen wat al jaren op mijn lijstje stond: gorilla trekking in Rwanda. Je leest er veel over, je ziet foto’s van anderen, maar niets bereidt je voor op het moment dat jij daar zelf tussen de bomen staat. Ik had me goed ingelezen, een vergunning geregeld en mijn wandelschoenen meerdere keren ingelopen, maar zodra ik daar stond, met modder op mijn benen en mijn hart in mijn keel, wist ik dat het niet om voorbereiding ging. Het ging om overgave. En daar begon het pas echt.
Aankomst in een ander ritme
Ik landde op de Kigali Airport in de vroege avond. De zon hing laag en gaf de heuvels rondom de stad een warme gloed. Mijn gids, Emmanuel, stond al op me te wachten. Hij had een rustige uitstraling en stelde me meteen gerust. We reden in zijn jeep richting Musanze, de uitvalsbasis voor de trekking. Onderweg stopten we bij een klein wegrestaurant waar ik chapati at met bonen, zittend op een plastic stoeltje, terwijl geiten op de achtergrond blatend voorbij liepen. Die eerste avond sliep ik in een eenvoudige lodge met uitzicht op de mistige heuvels van het Volcanoes National Park. Ik werd wakker met vogelgeluiden en het geluid van druppels op het dak. Rwanda dwingt je niet tot rust, maar brengt je er vanzelf in.
De ochtend van de trekking
Om kwart over vijf stond ik al klaar. Mijn rugtas was gevuld met water, een regenjas en een snack die ik eigenlijk niet nodig had. In het bezoekerscentrum werden we ingedeeld in groepjes van acht. Ik zat in een groep met reizigers uit Duitsland en Canada. Onze gids, een man met een zachte stem en scherpe ogen, vertelde dat we naar de Sabyinyo-familie zouden gaan. De gorilla’s zaten die ochtend ongeveer op anderhalf uur lopen van de rand van het park. We reden eerst met een 4×4 naar het beginpunt van de wandeling. Het pad was smal en glibberig, en ik struikelde al na tien minuten over een boomwortel. Mijn broek was nat en bruin van de modder, maar ik kon er alleen maar om lachen. Iedereen keek elkaar aan met dezelfde blik: dit is het waard.
Het moment dat alles om je heen wegvalt
Na ruim een uur klimmen fluisterde onze gids dat we stiller moeten zijn. Hij gebaarde naar links, waar je alleen struiken en schaduw zag. En toen bewoog er iets. Langzaam schoof een jonge gorilla door het hoge gras, zijn ogen kort op ons gericht. Mijn adem stokte. Even later zagen we de zilverrug, de leider van de groep. Hij zat op een open plek, kauwend op bamboe alsof hij dit al honderd keer had meegemaakt. Ik durfde nauwelijks te bewegen. De stilte was vol spanning, maar niet eng. Het voelde veilig. Ik herinner me dat ik mijn camera optilde maar hem al snel weer liet zakken. Ik wilde het niet door een scherm zien. Zijn blik kruiste de mijne, en even dacht ik: hij weet precies wie ik ben. Dat duurde misschien drie seconden, maar het voelde als een compleet gesprek.
Wat het met je doet als je weer terug bent
De wandeling terug naar de jeep ging trager. Niet omdat het zwaarder werd, maar omdat niemand haast had. We keken nog steeds achterom, alsof we de gorilla’s nog één keer wilden zien. In de jeep terug naar de lodge was het stil. Iedereen zat in gedachten verzonken. Ik ook. Ik dacht aan hoe dichtbij ik was geweest, hoe menselijk ze leken, hoe kwetsbaar ook. Je kunt zoiets niet meemaken en dan weer overgaan tot de orde van de dag. Ik voelde me niet schuldig, maar wel verantwoordelijk. Sinds ik terug ben, denk ik vaker aan de keuzes die ik maak. Ik koop bewuster, ik steun lokale projecten in Rwanda en ik praat over deze reis niet als een leuk uitstapje, maar als iets dat mij veranderd heeft.
Waarom je dit niet moet uitstellen
Gorilla trekking in Rwanda is geen goedkope activiteit en je moet het ruim van tevoren plannen. Ik betaalde bijna 1500 euro voor vlucht, verblijf en vergunning, en elke cent was het waard. Het is niet luxe, het is niet comfortabel, maar het is echt. En dat is iets wat je niet meer zo vaak meemaakt. Je loopt daar niet tussen hekken, je kijkt niet vanaf een afstand. Je bent er, midden in hun wereld. En als je ze aankijkt, zie je dat zij dat ook weten. Wacht dus niet tot je ooit een keer tijd of geld hebt. Spaar, plan, boek. Want dit is niet zomaar een vakantie, dit is een herinnering die je leven kleurt. Je gaat niet alleen voor de gorilla’s, je gaat ook een beetje voor jezelf.




